Anatomie van honden zoals het skelet van een hond

Skelet hond anatomie
Dit skelet van een hond staat in een dierenpraktijk op Texel.

Dit artikel gaat over de anatomie van de hond zoals het gehoorvermogen bij honden, gezichtsvermogen, reukvermogen en het gebit van honden. Zo zie je hier beneden een afbeelding van het skelet van een hond. De cijfers 1 tot 27 geven de diverse botten aan met beschrijving.

 

Het skelet van de hond

Het skelet van een hond. Druk op de afbeeldingen voor een grotere versie.

1. Bovenkaak.
2. Jukbeen.
3. Achterhoofdbeen.
4. 7 Halswervels.
5. Schouderblad.
6. 13 Borstwervels.
7. 7 Lendenwervels.
8. Bekken.
9. 3 Kruisbeenwervels / heiligbeenwervels die vergroeid zijn tot het heiligbeen.
10. Zitbeen.
11. Staartwervels (6 – 23 stuks).
12. Kuitbeen.
13. Spronggewricht.
14. Scheenbeen.
15. Dijbeen.
16. Heupgewricht.
17. 13 Ribben.
18. Elleboogsknobbel.
19. Ellepijp.
20. Middenvoet.
21. Teenkootjes.
22. Spaakbeen.
23. Ellebooggewricht.
24. Opperarmbeen.
25. Borstbeen.
26. Schoudergewricht.
27. Onderkaak.

Gehoorvermogen bij honden

Het gehoor van de hond is sterk ontwikkeld. Een hond kan hogere frequenties waarnemen met zijn oren dan de mens. Zo kan de mens geluiden tussen de 20 en 20.000 Hz waarnemen, en een hond 15 tot 50.000 Hz. Diverse bronnen zeggen dat sommige honden geluiden kunnen horen tot 100.000 Hz. Tot een afstand van 25 meter kan een hond ook geluiden vanaf 1-2 Hz horen.

Omdat de oren van een hond zich bet behulp van 17 spieren in allerlei richtingen kunnen draaien kan de hond geluiden veel beter lokaliseren dan de mens. De richting waaruit een geluid komt kan de hond bepalen met slechts een afwijking van 2%. De mens kan dit slechts met een afwijking van 15%. Honden met hangoren hebben een iets zwakker vermogen om geluiden te lokaliseren dan honden met spitse oren.

Naast het waarnemen van geluiden spelen de oren van een hond ook een grote rol bij de communicatie met andere honden, en met de mens. Ook hiermee zijn honden met hangoren iets in het nadeel ten opzichte van honden zonder hangoren.

Gezichtsvermogen bij honden

Vroeger dacht men dat honden geen kleuren konden zien, maar alleen zwart wit en grijstinten. Maar honden kunnen wel kleuren zien, maar anders dan mensen. Het oog van een hond bevat staafjes en kegeltjes. Met de staafjes kan hij grijstinten waarnemen, en met de kegeltjes kleuren. In een hondenoog zitten veel meer staafjes dan kegeltjes. Staafjes hebben minder licht nodig om een signaal aan de hersenen door te geven.

Alleen als er genoeg licht is zorgen de kegeltjes voor het waarnemen van kleuren. Het oog van een hond heeft twee verschillende soorten kegeltjes: kegeltjes die op groen licht en kegeltjes die op blauw licht reageren. Dit in tegenstelling tot de mens die over drie types beschikt: rood, groen en blauw. Honden kunnen dus geen rood waarnemen en zien rode dingen als donkergroen. Dit verklaart bijvoorbeeld waarom honden een rode bal in groen gras slecht kunnen zien.

Net als bij de meeste zoogdieren is er in een hondenoog een anatomische structuur aanwezig die invallend licht terugkaatst en zo het bestaande licht versterkt. Hierdoor kunnen honden in de schemering veel beter dan mensen.
Het bereik van een hondenoog is rond de 430 nanometer en dat bij de mens ongeveer 530 nanometer. De scherpte van het beeld is kleiner dan bij de mens. Het beeld bij de hond is meer gericht op bewegingen. Bewegingloze dingen worden door de hersenen onderdrukt en zijn daardoor minder goed waar te nemen door een hond.

Het gezichtsveld van de hond is met ongeveer 240 graden veel groter dan dat van de mens. Dit komt doordat de ogen van de hond niet zoals bij de mens recht voor zitten, maar aan beide kanten van de schedel. Het driedimensionaal bereik van een hond is met 120 graden ongeveer even groot als dat bij de mens.

Reukvermogen bij honden

Een hondenneus is altijd onbehaard en vochtig, met grote neusgaten. De reukzin bij honden is veel beter ontwikkeld (ongeveer een miljoen keer beter) dan die bij de mens. Dit komt onder andere door het veel grotere aantal reukcellen. In het algemeen geldt bij honden dat hoe langer de snuit is, hoe beter het reukvermogen is. Honden kunnen met korte inademingen ongeveer driehonderd keer per minuut ademen.

Hierdoor is er continu een nieuwe aanvoer van verse lucht met een grotere turbulentie, waardoor geurstoffen makkelijker met het reukepitheel in contact kunnen komen. Het reukepitheel is het weefsel dat verantwoordelijk is voor het waarnemen van reukstoffen. Honden kunnen ook waarnemen of een geur van links of rechts komt. Hierdoor kan hij de richting van een geurspoor beoordelen. Het reukgedeelte in de hersenen van een hond zijn in vergelijking met de mens veel groter. Bij honden nemen de reukhersenen tien procent van de hersenen in beslag en bij mensen slechts één procent.

Het gebit van honden

Het melkgebit van een hond bestaat uit 28 tanden en het definitieve gebit uit 42 tanden. Vanaf ongeveer de vierde maand vind de tandwisseling plaats. Gedurende de tandwisseling kan bij de pup tandpijn ontstaan. Tijdens de tandwisseling heeft de pup extra veel behoefte om aan dingen te knagen.

Melkgebit

Het melkgebit van een hond heeft zowel onder als boven drie snijtanden, een hoektand en drie kiezen (premolaren).
Doorbreken melkgebit:
Snijtanden: 3-4 weken
Hoektanden: 3-5 weken
Kiezen: 4-12 weken

Wisselen van het gebit:

Snijtanden: 3-5 maanden
Hoektanden: 5-7 maanden
Kiezen: 4-7 maanden

Volwassen gebit

De onderkaak van het volwassen gebit bestaat uit drie snijtanden, een hoektand en zeven kiezen waarvan er vier premolaren (valse kiezen) zijn en drie molaren (echte kiezen). De bovenkaak bestaat uit drie snijtanden, een hoektand, zes kiezen waarvan vier premolaren en twee molaren.

Lees meer over de verzorging van het gebit

Geef als eerste een reactie

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*