Hondensport (sporten met je hond)

Hondensport, sporten met je hondTegenwoordig bestaan er, naast de gehoorzaamheidscursussen waarbij je de basis leert voor de opvoeding van je hond, allerlei sporten die je samen kan doen met je hond. Deze cursussen of hondensporten worden georganiseerd door een hondenschool of een hondensportvereniging.

Sporten is erg goed voor je hond. Steeds meer honden zijn de dik doordat ze te weinig beweging krijgen. Behalve dat het gezond is voor je hond, is het vaak ook gezond voor de baas! En samen met je hond sporten helpt om de band met je hond te versterken. Er bestaan inmiddels vele soorten hondensport. Niet iedere hond is geschikt voor elke sport. Zo is behendigheid een goede sport voor een border collie, maar een teckel doe je er geen plezier mee. De opvoeding van je hond staat aan de basis van vrijwel alle hondensporten. Vaak willen hondenscholen dat je eerst een aantal cursussen voor gedrag en gehoorzaamheid hebt afgerond voor je met je hond mag deelnemen aan een bepaalde hondensport.

Overzicht:

Hondensport: Agility (Behendigheid)
Hondensport: Flyball
Hondensport: Dogfrisbee
Hondensport: Doggiedance
Hondensport: Drijfball(treibball)
Hondensport: Canicross en bikejoring
Hondensport: Ringtraining
Hondensport: Breitensport
Hondensport: Obedience
Hondensport: Reddingshondenwerk
Hondensport: Jachttraining
Hondensport: Zweetwerk
Hondensport: Waterwerk (speuren voor jachthonden)

Hondensport: Agility (Behendigheid)

Bij de sport Behendigheid, of Agility in het Engels, moet de hond samen met zijn baas een parcours met ongeveer 20 hindernissen afleggen. Deze sport wordt veel in wedstrijdverband beoefend. Degene die het parcours het snelste aflegt is de winnaar. Agility bestaat al sinds 1978. De Nederlandse term Behendigheid wordt nog weinig meer gebruikt. Het bijzondere aan Agility is dat wereldwijd met dezelfde regels en hindernissen wordt gewerkt. In Nederland worden er elk jaar vele wedstrijden georganiseerd. Agility is geschikt voor bijna alle honden.

Tijdens de wedstrijd gaat de hond over de hindernissen terwijl de baas mee rent en aanwijzingen geeft. Er bestaan drie soorten parcoursen: een vast parcours, spel parcours en een jumping parcours.

Bij een vast parcours kunnen alle verschillende hindernissen deel uitmaken van de wedstrijd. Zoals tunnels, raakvlaktoestellen, tafel, slalom en sprongen. De volgorde waarin de hindernissen moeten worden genomen wordt vooraf bepaald.

Bij een spel parcours is er geen competitie- of wedstrijddruk. Soms worden alle soorten hindernissen gebruikt, en soms maar een deel. Alle variaties zijn mogelijk. De volgorde van de hindernissen staat soms vast maar kan ook willekeurig zijn.

Bij een jumping parcours gaat het om springen (jumpen) en snelheid. Een jumping parcours mag geen paaltjes of raakvlaktoestellen bevatten. De volgorde van het nemen van de hindernissen is vooraf vastgesteld.

Hondensport: Flyball

Bij een Flyball wedstrijd zijn er twee teams die tegen elkaar strijden. Elk team bestaat uit minimaal zes honden, waarbij er per wedstrijd vier honden worden ingezet. Hier in Nederland mogen niet meer dan twee honden in het zelfde team van hetzelfde ras zijn. In andere landen mag dat wel.

Tijdens de Flyball wedstrijd wordt er twee keer een race gelopen. De honden moeten een voor een over vier hindernissen heen naar het Flyball apparaat rennen. Bij het Flyball apparaat moet de hond met zijn poot op een pedaal drukken waardoor er een bal tevoorschijn komt. Deze bal moet hij dan weer over de vier hindernissen meenemen naar het eindpunt waarna de volgende hond van het team hetzelfde kan doen. Als de hond een fout maakt, zoals het laten vallen van de bal, een hindernis overslaat, moet de hond achteraan sluiten en nogmaals het parcours rennen. Het team dat als snelste foutloos weer binnen is heeft gewonnen.

Flyball is geschikt voor honden die gek zijn van ballen. De hond moet helemaal volgroeid zijn, dus ongeveer vanaf 18 maanden oud. Sommige hondenscholen willen dat de hond eerst een gehoorzaamheidscursus heeft gevolgd. Want de hond moet goed kunnen luisteren. Gezonde honden van alle hondenrassen kunnen in principe deelnemen aan flyball. Bij hele grote en zware honden is er wel een kans dat de gewrichten snel overbelast worden. Als hondeneigenaar moet je hier heel goed op letten.

Hondensport: Dogfrisbee

Dogfrisbee is een leuke sport die je samen met je hond kan doen. Een goede conditie is zowel voor hond als baas van belang! Dogfrisbee is zoals de naam het al zegt frisbeeën met je hond. Het bestaat echter niet alleen uit het werpen en vangen van de frisbee, maar ook van het vertonen van allerlei kunsten met je hond, en bijvoorbeeld frisbeeën op muziek.

Om dogfrisbee te beoefenen is het van groot belang dat je ergens een cursus volgt. Als je namelijk een verkeerde techniek gebruikt voor het werpen en vangen kan dit blessures opleveren bij zowel baas als hond.

Bij de aanschaf van een frisbee moet je je altijd laten informeren bij je cursustrainer of een kenner. Veel frisbee schijven die verkocht worden in dierenspeciaalzaken zijn gevaarlijk voor je hond. Deze schijven van hard plastic lijken makkelijker te pakken voor je hond, maar hij kan hieraan zijn hele bek openscheuren of tanden verliezen. Goede frisbee schijven zijn gemaakt van een speciale samenstelling kunststof. Ze zijn erg flexibel en kunnen dubbelgevouwen worden.

In dogfrisbee zijn diverse disciplines, zoals Freestyle, Mini en Long.

Bij Freestyle geef je samen met je hond 120 seconden een show op muziek. Er wordt gelet op worpen, sprongen en ook veiligheid. Er zijn geen verplichte oefeningen, je kiest alle oefeningen zelf. Aan elke oefening zit een bepaalde moeilijkheidsgraad en dus een bepaald aantal punten.

Bij Mini speel je op een terrein van 20 bij 50 meter dat in vakken is verdeeld. Alle vakken vertegenwoordigen punten. Je mag een minuut met een frisbee gooien. De punten die je behaalt hangen af van het vak waarin je hond de frisbee vangt.

Bij Long speel je op een grasveld van 20 meter breed en onbeperkt lang. Vanaf de startlijn mag je drie keer een frisbee gooien. Je hond moet zover mogelijk van de startlijn vandaan de frisbee vangen. De verst gevangen worp van de drie worpen telt mee voor de puntentelling.

Hondensport: Doggydance

Bij Doggydance voer je samen met je hond een combinatie van trucjes en oefeningen uit op de maat van muziek. Doggydance is in Engeland, de VS en Canada ontstaan vanuit Obedience. Obedience is tot in perfectie uitgevoerde gehoorzaamheid(zie Obedience). Bij Obedience werden bij demonstraties soms muziek gedraaid waarbij de hond de baas volgde. Om de demonstraties aantrekkelijk te maken voor publiek werden er vaak trucjes toegevoegd.

Steeds meer mensen gingen dit doen en zo ontstond doggydance. Naast de normale Obedience oefeningen werden er steeds meer bewegingen toegevoegd, zoals achteruit laten lopen, op de achterbenen gaan staan, rollen, enzovoorts.

Bij Doggydance wordt meestal de Clicker gebruikt als handig trainingshulpmiddel. De hond hoort het geluid van de clicker als hij iets goed doet. Het handige van een clicker is dat je de beloning exact kan timen, iets wat zeer belangrijk is bij Doggydance. Je leert je hond eerst een aantal oefeningen en leuke trucjes, en dan leer je om deze allemaal achter elkaar te doen. Samen met muziek ziet het eruit als een echte show.

Om aan doggydance te beginnen is er een goede basis gehoorzaamheid nodig. Alle hondenrassen kunnen meedoen.

Bij een doggydance wedstrijd wordt er beoordeeld op de variëteit in de oefeningen en hoe goed deze uitgevoerd worden. Je kunt puntenvermindering krijgen als de hond overmatig blaft, en puntenvermeerdering als je kleding bij je hond en de muziek past.

Hondensport: Drijfbal (Treibball)

Bij Drijfbal (of in het Duits treibball) moet de hond op commando acht grote ballen naar een doel brengen. De ballen hebben meestal een doorsnede van 50-70 cm en hebben elk een andere kleur. In het begin worden ze net als bij biljarten in een driehoek neergelegd.

De baas –ook wel handler genoemd- mag de hond commando’s geven met de stem, met gebaren of met een fluit of clicker. Zo kan hij aangeven welke bal de hond moet pakken en welke kant hij op moet. De hond mag de bal voortduwen met zijn neus of schouder. Het is een soort schapen drijven maar dan met een bal in plaats van vee. De hond heeft 15 minuten de tijd om de acht ballen naar het doel te drijven. Er zijn bonuspunten te verdienen door goed teamwerk te laten zien. Ook kunnen er strafpunten worden afgetrokken als de hond overmatig blaft, een bal buiten de lijnen van het veld komt of als de handler het doel verlaat.

Drijfbal is geschikt voor alle honden jong en oud. Een hond moet beschikken over een goede basis gehoorzaamheid, en commando’s kunnen opvolgen vanaf afstand. Op wedstrijdniveau worden de hoedende en drijvende honden in aparte klassen ingedeeld.

Je kunt drijfbal beoefenen bij diverse hondenscholen en verenigingen, of gewoon voor het plezier in de achtertuin. Je kunt variëren met treibball door ballen anders neer te leggen, of de gekleurde ballen in een bepaalde volgorde naar het doel te laten drijven. Ook kun je de hond met de bal een hindernis parcours laten afleggen.

Voor beginners bestaat er een speciale treibball die je hond niet kapot kan bijten. Ook is deze bal te vullen met snoepjes of bijvoorbeeld steentjes die een rammelend geluid maken. Zo kan je je hond leren om de bal niet kapot te bijten, maar naar een bepaald doel te drijven.

Hondensport: Canicross Bikejoring

Canicross betekent hardlopen met je hond, het liefst over een onverhard terrein. Dus bijvoorbeeld in het bos of in de duinen. Canine betekent hondachtige en cross betekent lopen. Als je dus van hardlopen houd kun je nu je hond meenemen! Let wel op dat je hond volgroeid is, anders kan je hond blessures oplopen. Bij vrijwel alle wedstrijden is het een vereiste dat de hond minimaal een jaar oud is.

Er zijn Canicross wedstrijden waarbij je samen met je hond hardlopend een parcours aflegt tussen de twee en acht kilometer. De hond is aangelijnd en de baas heeft de lijn vast zitten aan een gordel om zijn middel (heupgordel). De lijn in de hand vasthouden is soms ook nog toegestaan maar dit is zeer onhandig en kan zelfs gevaarlijk zijn. Met een heupgordel heb je beide handen vrij en dit loopt veel prettiger.

De hond mag de baas trekken, maar omgekeerd is niet toegestaan. Als de hond niet meer volgt moet je verplicht stoppen of vertragen. Bij de meeste officiële Canicross wedstrijden moet je verplicht langs de aanwezige dierenarts vlak voor de wedstrijd.

In plaats van hardlopen bestaat er ook fietsen met je hond: bikejoring. De hond loopt dan voor de fiets en trekt de baas voort. Deze sport is uiteraard alleen geschikt voor sledehonden en grote jachthonden.

Hondensport: Ringtraining

Ringtraining, of showtraining, is het voorbereiden van de hond voor een hondenshow of tentoonstelling. Op een hondententoonstelling worden rashonden gekeurd om te kijken of ze in de rasstandaard passen. Elk hondenras heeft zijn eigen rasstandaard en functie. Een functie kan bijvoorbeeld zijn: jacht, bewaking of gezelschap. Tijdens de keuring is het de bedoeling dat de hond zich zo voordelig mogelijk vertoond, en dat schoonheidsfoutjes verborgen worden.

Voor dat je hond mee kan doen aan een keuring zal hij moeten leren om zich netjes te gedragen tijdens een keuring. Hij moet onder andere rustig kunnen staan, soepel kunnen meelopen en zich zonder problemen laten betasten. Want de keuringmeester wil bijvoorbeeld ook zijn vacht voelen en zijn gebit zien. Al deze dingen kan je hond leren op de ringtraining.

Bij een hondenshow worden alle honden en hun baas in dezelfde klasse gelijkertijd opgeroepen. Alle deelnemers staan in het begin naast elkaar in de ring. Daarna zal de ringmeester of keuringsmeester verzoeken om met zijn allen een rondje te lopen in de ring. Hierna zal de keurmeester elke hond apart keuren. Behalve de hond betasten om zijn bouw, gebit en vacht te beoordelen moet de baas met de hond lopen. Eerst loop je met je hond een driehoek. En daarna heen en weer in een rechte lijn. Op deze manier kan de keurmeester goed alle kanten van de hond zien, in beweging. Als alle honden in de klasse gekeurd zijn lopen alle deelnemers nog een rondje, waarna de keurmeester de uitslag bekend maakt.

Als eerste worden de reuen gekeurd. De winnaar van elke klassen lopen daarna tegen elkaar voor Beste Reu. Ditzelfde gebeurt bij de teven. De Beste Reu en Beste Teef strijden vervolgend tegen elkaar voor de titel Beste van het Ras (Best of Breed = BOB). De BOB loopt daarna in de erering tegen alle BOB’s van de rassen uit zijn rasgroep. De winnaar hiervan loopt tot slot tegen alle winnaars van de rasgroepen, voor de titel Beste van de Show.

Hondensport: Breitensport

Breitensport is het Duitse woord voor breedtesport. Breedte slaat op de vele aspecten die bij deze sport aan de orde komen. Breitensport is een combinatie van gehoorzaamheid, behendigheid en snelheid. Behalve in wedstrijdvorm kun je deze sport ook heel goed recreatief beoefenen.

Bij Breitensport mag de afstand tussen hond en baas niet te groot zijn. Als een hond te wijd volgt dan worden er punten van de totaalscore afgetrokken. Breitensport is een goede sport om de band tussen baas en hond te vernauwen. Om deel te nemen aan Breitensport training moet de hond volgroeid zijn en over een goede basis gehoorzaamheid beschikken.

Breitensport is geschikt voor volwassen honden van in principe alle rassen. Over het algemeen wordt deze sport vooral beoefend door kleine tot middelgrote honden, en zie je bijna geen dog-achtigen.
De vier onderdelen appèl, slalom, hordeloop en hindernisbaan vormen samen de vierkamp. Soms wordt er ook een duurloop van 2 of 5 km toegevoegd. Bij Breitensport wedstrijden zijn er in de vierkamp drie verschillende klassen te onderscheiden: Aspiranten, VK1 en VK2. VK staat voor vierkamp.

Wedstrijden beginnen altijd met het onderdeel Appèl. Baas en hond volgen een vast parcours met linker – en rechterwendingen, keert wendingen, versnelde pas, langzame pas en tussentijds halt houden. Direct hierna worden de zit- en af oefeningen tijdens het volgen getoond, en het voorroepen van de hond. Hoe hoger de klasse, hoe strenger de beoordeling.

Het tweede onderdeel van de wedstrijd is de slalom. Dit parcours van 75 meter lopen baas en hond zo snel mogelijk. Hierbij moeten ze door vijf poortjes lopen. In de aspirantenklasse is de hond hierbij aangelijnd, bij de VK1 is er een keuze tussen aangelijnd of los en bij de VK2 moet de hond los volgen.

Het derde onderdeel is de hordeloop. Hond en baas moeten zo snel mogelijk drie of zes horden nemen. Drie bij de aspiranten en VK1, en 6 bij Vk2.

Het laatste onderdeel van een Breitensport wedstrijd is de hindernisbaan. Hierbij moeten hond en baas over acht hindernissen komen. Deze hindernissen zijn altijd in dezelfde volgorde: hoogtesprong, schutting, tunnel, kattenloop, ton, band, breedtesprong en nog een hoogtesprong.

Voor alle onderdelen worden punten gegeven. Voor elke niet of verkeerd genomen hindernis worden er punten afgetrokken.

Hondensport: Obedience

Obedience is het Engelse woord voor gehoorzaamheid. Bij een Obedience wedstrijd gaat het om perfectie en gehoorzaamheid. Samen met je hond voer je diverse oefeningen uit, zoals aangelijnd lopen, los volgen, komen op bevel, apporteren, laten betasten en voorruitsturen. Deze moeten zo met zo weinig mogelijk fouten uitgevoerd worden. Alle soorten honden kunnen meedoen, ook rasloze honden.

Vroeger waren de meeste deelnemers herdershond, tegenwoordig zijn er ook heel veel border collies en sheep dogs. Behalve voor alle honden, is Obedience ook voor alle soorten bazen geschikt. Je hebt geen dure hulpmiddelen nodig om deze sport te beoefenen en ook heb je bijna geen ruimte nodig om te trainen. De oefeningen die in Obedience geleerd worden kun je goed gebruiken in andere hondensporten.

Obedience omvat zes verschillende wedstrijdklassen, die een oplopende moeilijkheidsgraad hebben. De klassen zijn Prebeginners, beginners, novice, a, b, c klas.

Bij andere hondensporten wordt de hond gemotiveerd door bijvoorbeeld de hindernissen, de bal of snelheid. Bij Obedience moet JIJ je hond goed blijven motiveren. Allereerst moet de plaats waar je samen met je hond gaat trainen leuk zijn voor de hond. Als je voor het eerst naar die plek gaat neem dan een bakje met lekkere hapjes, zoals worst mee. Ga naar de plek toe en laat je hond de worst opeten zonder verder iets te doen. Herhaal dit een paar keer totdat je merkt dat je hond heel enthousiast wordt als je volgende keer op het punt staat om weer naar hetzelfde terrein te gaan. Behalve belonen met iets lekkers moet je je eigen lichaamstaal gebruiken om je hond te laten merken dat wat jullie aan het doen zijn echt heel erg leuk is. Zo kun je enthousiast praten, blij kijken of rond springen van plezier. Zo wordt je hond ook gemotiveerd.

Probeer ook eens andere looptechnieken, zoals huppelen of variëren met het tempo. Dit vind je hond geweldig. En tussen het motiveren door kun je steeds meer oefeningen toevoegen. Aan het eind van een oefening kun je hem belonen, of bijvoorbeeld aan het eind van de training mag je hond de hele bak wordt leegeten. Bij deze motivatietraining kan je hond slordiger gaan werken door enthousiasme en omdat hij weet dat hij straks wat lekkers krijgt. Dit is niet erg in het begin. Naarmate de trainingen vorderen zal dit steeds beter gaan.

Hondensport: Reddingshondenwerk

Je kunt je hond trainen voor reddingshondenwerk om hem inzetbaar te maken bij zoekacties en rampen. Omdat honden over een goed reukvermogen beschikken zijn ze beter dan de mens in staat om gebieden af te zoeken naar slachtoffers. De beste reddingshonden zijn meestal de middelgrote en behendige rassen zoals herdershonden, golden retrievers en labradors.

Bij reddingswerk wordt er meer van hond en baas verwacht dan alleen goed speurwerk. Zowel hond als baas moeten over een uitstekende conditie beschikken. Via aanvullende trainingen kunnen er veel bijzondere situaties worden geoefend, zoals gebruik van GPS, dropping vanuit een helikopter, abseilen met de hond en portofooncommunicatie.

Een hond die reddingshond wil worden zal minimaal twee jaar lang getraind moeten worden om een goed inzetbare hond te worden. Voordat een hond deel mag nemen met reddingshondenwerk moet hij eerst goed gesocialiseerd zijn en beschikken over een uitstekende basis gehoorzaamheid.

Hondensport: Jachttraining

Vroeger werden honden voornamelijk gebruikt om mee te jagen. Tegenwoordig zijn de meeste honden gezelschapshond. In Nederland zijn er nog maar weinig mogelijkheden om in het wild te jagen. Toch bestaan er nog wel genoeg hondenscholen en verenigingen waar je de kans hebt om je hond zijn originele jacht talenten te laten ontplooien. Tijdens de jachttraining wordt er niet op echt wild gejaagd, maar op “dood wild”, bijvoorbeeld een kip, eend of konijn. Een belangrijk onderdeel van de jachttraining is speuren.

Als je jachttraining volgt met je hond dan hoeft dit helemaal niet te betekenen dat je met je hond gaat jagen. De meeste mensen doen deze sport gewoon voor het plezier. Er zijn mensen die bang zijn dat hun hond na jachttraining meer achter wild aan zal gaan jagen. Dit is echter niet zo. Bij jachttraining wordt de hond juist geleerd dat levend wild gerespecteerd moet worden en dat ze alleen mogen apporteren als dit door de baas toegestaan wordt. Bij een echte jacht zou het tenslotte zeer gevaarlij voor de hond zijn –en ergerlijk voor de jagers- als hij al het ongeschoten wild achterna zit.

Hondensport: Zweetwerk

Er bestaat speuren voor werkhonden en voor jachthonden. Bij jachthonden wordt dit zweetwerk genoemd. Zweet staat in dit geval voor het bloed van een gewond dier door bijvoorbeeld een schot of aanrijding. Tijdens zweetwerk leer je hoe je samen met je hond een gewond dier kan opsporen. Als je een getrainde hond hebt kun je je dan door politie of een jachtopziener laten oproepen als er gewond wild moet worden getraceerd. Zweetwerk wordt vooral gedaan door teckels en terriërs.

Hondensport: Waterwerk (speuren voor jachthonden)

Waterwerk is uitermate geschikt voor honden die dol zijn op water. Bij waterwerk training gaat de hond mee in de boot. Hij leert dan om uit de boot te springen en een drenkeling (pop) naar de kant te brengen. Ook leren de honden om in tweetallen een vlot of boot met opvarenden naar de kant te brengen.

En voor jachthonden:

Geef als eerste een reactie

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*